Het verhaal van Erich Frost
x

zwartboven.gif (1271 bytes)

    

 

 

Erich Frost, die zich als een gezalfde christen beschouwde, speelde zowel voor als na de oorlog een voorname rol in de organisatie in Duitsland. In De Wachttoren 15 maart 1988, blz. 21, staat in een korte biografie vermeld:

"Erich Frost eindigde zijn aardse loopbaan op 30 oktober 1987, op de leeftijd van 86 jaar. Hij was op 22 december 1900 geboren, werd op 4 maart 1923 gedoopt en ging in 1928 in de volle-tijddienst. In 1936 kreeg hij de leiding over het ondergrondse werk van de vervolgde getuigen van Jehovah in Duitsland, en hij heeft die toewijzing acht maanden goed behartigd totdat hij in een concentratiekamp werd opgesloten. Na de oorlog, van 1945 tot 1955, diende hij als opziener van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Duitsland. (Zie De Wachttoren van 15 september 1961, blz. 568-574.) Daarna bleef hij Jehovah getrouw dienen. God zal het werk van zulke gezalfde christenen en de liefde die zij voor zijn naam hebben getoond niet vergeten. - Hebreeën 6:10"

 

Spreker op Congressen

Vanwege zijn ervaringen werd Frost tijdens congressen vaak voor lezingen gevraagd, om zijn ervaringen te vertellen en de rol van Jehovah's Getuigen tijdens de Nazi-periode te belichten:

"Het volgende jaar, 1946, troffen de broeders in Duitsland regelingen voor een congres in Neurenberg. ... Op de tweede dag van het congres hield Erich Frost, die persoonlijk de wreedheden van de Gestapo had ervaren en jaren in een nazi-concentratiekamp had doorgebracht, de openbare lezing "Christenen in de smeltkroes"." (JV, blz. 268)

In 1961 werd er een congres van Jehovah's Getuigen gehouden in Hamburg. Frost wilde dit congres aangrijpen als gelegenheid om de slachtoffers te herdenken die Jehovah's Getuigen door het nazi-regime te betreuren hadden. Naar aanleiding van dit congres verscheen in het Duitse tijdschrift "Der Spiegel" van 19 juli van datzelfde jaar een artikel over "Vadertje Frost", zoals hij onder vertrouwelingen bekend stond.

 

spiegel1_small.jpg (1536 bytes)
pag. 38

spiegel2_small.jpg (1555 bytes)
pag. 39

Het artikel dat in "Der Spiegel" van 19 juli 1961, pag. 38-39, verscheen

 

"Der Spiegel" haalde het verhaal van Frost over zijn eigen arrestatie op 21 maart 1937 door de Gestapo aan, zoals hij dat vertelt in De Wachttoren van 15 september 1961, blz 570-571 :

"Tegen twee uur in de morgen werd er hevig tegen de deur van de woning geslagen en getrapt! In enkele seconden verborg ik een rolletje papier met uitermate belangrijke inlichtingen in de matras van van mijn bed. Er kwamen tien mannen van de geheime politie binnen:""Mooi zo, Frost, sta maar op en kleed je aan. Het is met je gedaan!'"

Vervolgens schilderde Frost in de Wachttoren zijn mishandeling door de Gestapo, en vertelt hierbij:

"Van vrijdag tot maandag at of dronk ik nauwelijks, maar bleef ik Jehovah bidden mij te helpen ter wille van de broeders en zusters het zwijgen te bewaren. Toen ik weer voor het Gestapogespuis werd gebracht, dacht ik aan Daniël in de leeuwenkuil. Hun woedende woordenvloed onthulde wat ik graag wilde horen : Het sleepnet van de politie had de broeders en zusters niet kunnen vangen!"

 

Gestapo Archieven

"In het arrestanten dossier No. 292 van de Gestapo Berlijn, sectie II B 2, staat het echter wezenlijk anders", zo berichtte "Der Spiegel". "Volgens de nog bestaande verhoorprotocollen, die door Frost zijn ondertekend, heeft hij namelijk op 2, 15, 20, 21, 24, 26 en 29 april 1937 uitvoerige inlichtingen over zijn medegelovigen verschaft."

Volgens het verhoorprotokol gaf hij precieze aanwijzingen over de activiteiten van de Organisatie, en verraadde hij ook twee ontmoetingsplaatsen van zijn functionarissen. Tenslotte, zo vermeld het verhoorprotokol, noemde hij de Gestapo de namen van zijn kringdienaren:

- Artur Nawroth
- Otto Dauth
- Fred Meier
- Walter Friese
- Heinrich Ditschi
- Albert Wandres
- Karl Siebeneichler (omgekomen in Sachsenhausen)

 

blz. 1 blz. 2 blz. 3 blz. 4 blz. 5

Verklaring van Frost uit Gestapo Dossier No. 292, sectie II B 2,  2 april 1937

 



document 1034
16 april 1937
document 409/37

Samenvatting

De Wachttoren van 1 mei 1989, blz. 10, vermeldt, dat Erich Frost ondanks de vervolgingen in deze periode altijd getrouw is gebleven. Frost zelf vertelde nooit namen te hebben prijsgegeven. De werkelijkheid was echter anders, en zijn verklaringen hadden rechtstreeks de arrestatie van enkele andere vooraanstaande leiders tot gevolg. Uiteraard zijn de Gestapo methodes waarmee deze bekentenissen mogelijk mee zijn afgedwongen verre van zachtzinnig, en in hoeverre de verklaringen "vrijwillig" werden afgelegd, zoals het Gestapo dossier suggereert is nog maar de vraag. Niemand zou het hem kwalijk hebben kunnen nemen dat hij onder deze methodes bezweken zou zijn, maar ontkennen dat dit heeft plaatsgevonden, om Frost daarmee bij alle mogelijke gelegenheden naar voren te schuiven als martelaar en toonbeeld van standvastigheid van Jehovah's Getuigen tegenover het nazi-regime is ronduit misleidend.

Het Wachttoren Genootschap heeft met volledig medeweten en goedkeuring deze individuen in de gelegenheid gesteld om op de diverse congressen en in de publicaties hun verleden tegenover een groot publiek wit te wassen. Hoewel hun lot vreselijk was, rechtvaardigt dat op geen enkele wijze het claimen van een standvastigheid die men in werkelijkheid niet had, zeker niet als dit slechts dient om anderen zwart af te schilderen die niets tegen de nazi-terreur zouden hebben ondernomen.

Het Genootschap laat geen mogelijkheid onbenut om anderen aan te vallen op bereidheid tot compromissen met de nazi's, maar waar de gewone Jehovah's Getuige doorgaans standvastig was, daar waren uitgerekend de hoogste leiders zelfs tot verraad in staat gebleken. Ondanks het feit dat het Genootschap hiervan volledig op de hoogte is, verkiest het hierover te zwijgen en te volharden in de pogingen de eigen geschiedenis te herschrijven.

 

terug naar boven

  

<< vorige artikel : De brief aan Hitler

volgende artikel :    >>