|
De Parousia van Christus, wanneer?
Jehovah's Getuigen zijn er van overtuigd dat Christus sinds 1914 onzichtbaar regeert. Het erkennen hiervan is nauw verbonden met de status van "Gods Organisatie" voor de Wachttoren. Maar heeft het Wachttoren Genootschap dit werkelijk altijd erkend en verkondigd? Een kort onderzoekje :
"1874 is de exacte datum - de bijbel bewijst het" :
"Het volgende hoofdstuk zal bijbels bewijs geven dat 1874 A.D de exacte datum van het begin van de "Tijden van Herstel," en dus van de terugkeer van onze Heere. Sinds dat tijdstip is hij bezig geweest zijn belofte na te komen aan diegenen met de juiste houding van waakzaamheid -..." (The Time is at Hand, blz. 170 (vert.))
"De Jubileum cycli bewijzen dat onze Heer Jezus aanwezig moest zijn en het herstel werk beginnen in de herfst van 1874 A.D." (The Time is at Hand, blz. 242 (vert.))
"1874, zegt de bijbelse chronologie":
"Het belangrijkste feit, waarop alle profetieën wijzen en waarnaar de apostelen uitkeken, is de wederkomsts des Heeren. De profeet beschrijft het als een gelukszaligen tijd. Daniël zegt: "Welgelukzalig is hij, die verwacht en raakt tot een duizend driehonderd en vijf en dertig (1335) dagen." (Daniël 12:12) Degenen, die door den Heer bevolen werden op hem te wachten, zijn ongetwijfeld de wachters. Kent men dat jaar, dan weet men ook den tijd van de wederkomsts des Heeren. De regel: een jaar voor een dag, toepassend, is 1335 dagen na 539 A.D. 1874, het tijdstip, waarop volgens de Bijbelchronologie de Heer wederkeren moet. Zoo deze berekening juist is, dan zal men van af dat oogenblik bewijzen van de tegenwoordigheid onzes Heeren moeten waarnemen" (De Harp Gods, 1932, blz. 233)
"1874, zegt een lijst van 88 bewijzen" :
"Enige Schriftgedeelten die, wanneer zij in hun verband
en gewichtigheid begrepen worden, bewijzen dat de tweede komst van de Heer plaats vond in de herfst van
1874 zijn als volgt : [lange lijst van teksten] ...
Naast de bovenvermelde Schriftplaatsen, tijds-bewijzen van 's-Heren terugkomst, zijn de vervullingen van
de beloofde tekenen [lange lijst van teksten] ... en dit zijn slechts 88 van de
bewijzen, inderhaast verzameld." (The Finished Mystery, 1917, blz. 68-71(vert.))
"1874, zegt ook deze lange lijst van bewijzen" :
"In het jaar 1874, het jaartal onzes Heeren tweede tegenwoordigheid, werd de eerste vakvereeniging der wereld opgericht. De ontzaggelijke toename van het licht vanaf 1874 bracht een zoo talrijke hoeveelheid uitvindingen en ontdekkingen, dat allen hier niet op te noemen zijn. Slechts enkelen zullen worden aangestipt en wel die welke sinds 1874 aan het licht zijn gekomen, ten bewijze dat de Heer van af dien tijd aanwezig is. Deze zijn: rekenmachines, vliegmachines, alluminium, antiseptische heelkunde, kunstverfstoffen, automatische laschwerktuigen, automobielen, prikkeldraad, rijwielen, carborundum, kasregisters, celluloid, correspondentie scholen, karnmachines, Donker Afrika, schijfploegen, Goddelijk Plan der Eeuwen, dynamiet, electrische treinen, electrische pletten, brandladders, snelkokers, gasmotoren, oogstmachines, lichtgas, inductiemotoren, linotypen, lucifermachines, monotypen, films, Noordpool, Panama kanaal, Pasteurisatie, spoorwissels, Röntgenstralen, schoenmakersmachines, rookloos kruit, Zuidpool, duikboten, radium, wolkenkrabbers, ondergrond-spoor, gramofoon, telefoon, schrijfmachine, stofzuiger, draadloze telegrafie." (De Harp Gods, 1932, blz. 237-238)
"1874, zegt ook bijkomstig bewijs" :
"Als bijkomstig bewijs van de tweede tegenwoordigheid des Heeren sinds 1874, volgt hier een merkwaardige vervulling van deze verklaring des Heeren. In antwoord op de vraag naar zijn tweede tegenwoordigheid zeide hij: "Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, denwelken zijn Heer over zijne dienstboden gesteld heeft(...)? (...)Ongetwijfeld heeft Pastor Russel den dienst, door den Heer aangewezen en waarover Hij gesproken had, vervuld, zoodoende de trouwe dienaar geworden zijnde, die zorgde de huishouding des geloofs van voedsel ter rechter tijd te voorzien." (De Harp Gods, 1932, blz. 240-242)
"De Heere Jezus sprak over de wijze van zijn wederkomst en vergeleek haar met het opkomen der zon in het Oosten en het schijnen tot het Westen. Het was ongeveer in het jaar 1874 of in het begin van 1875 dat de zon zich begon te vertoonen; dat wil zeggen, dat de tweede tegenwoordigheid des Heeren onderscheiden werd" (Verzoening, 1928. blz. 239)
"Sedert 1874 heeft er een groote inzameling van Christenen van verschillende deelen der aarde uit alle geloofsbelijdenissen en naamkerken plaatsgevonden. ... Dit omstandige bewijsmateriaal, dat de profetie vervult, vormt tastbare feiten, en bewijst afdoend, dat de Heer sedert 1874 tegenwoordig is, want dit inzamelwerk heeft sedert dien datum voorgang gemaakt." (Schepping, 1927, blz. 392,303)
CONCLUSIE
Hoewel het Wachttoren Genootschap nu ijverig verkondigt dat Christus sinds 1914 onzichtbaar aanwezig is, hield men er jarenlang een heel andere mening op na. Het was voor hen zelfs een bewezen feit dat Christus al sinds 1874 aanwezig was, de bijbel zelf leerde het. De termen "feit" en "bewijs", waar men zo kwistig gebruik van maakt, zijn dus blijkbaar bijzonder rekbare begrippen voor de Wachttoren, zolang het de eigen interpretatie maar ondersteunt.
Merkwaardig genoeg zou Christus, indien Hij in 1919 de aarde inspecteerde, zoals het Wachttoren Genootschap leert, dus niemand gevonden hebben die inzag dat Hij al sinds 1914 regeerde. Is het Wachttoren Genootschap nu dus uitgekozen, of heeft het zich de rol van "Gods Organisatie" zelf toebedeeld?
"Wanneer dan iemand tot u zegt: `Ziet! Hier is de Christus', of: `Daar!' gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en profeten opstaan, die grote tekenen en wonderen zullen doen ten einde, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen te misleiden. Ziet! Ik heb u van tevoren gewaarschuwd. Als men daarom tot u zegt: Ziet! Hij is in de wildernis, gaat niet uit; Ziet! Hij is in de binnenkamers, gelooft het niet." (Matt. 24:23-26)
|