De scheiding van
"de schapen en bokken"

 

"Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de engelen met hem, dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen tot Zijn rechterhand zetten, maar de bokken tot Zijn linkerhand" - Matthéüs 25:31-33

 

Inleiding

Met het verschijnen van De Wachttoren van 15 oktober 1995 kwam er een eind aan een leerstelling die sinds 1923 als "waarheid" was onderwezen.

wtschapen

Illustratie in De Wachttoren
1 januari 1955, blz. 11

In een paar paragrafen werd na 72 jaar een compleet geloofssysteem omgekeerd dat voordien als "helder inzicht van Jehovah", als "geestelijk voedsel te rechter tijd" werd verkondigd. 

Met het vervallen van "de generatie van 1914" doemde er een nieuw probleem voor de Wachttoren theologie op: de betekenis van de illustratie van het scheiden van de "schapen en de bokken". De interpretatie van deze gelijkenis was verbonden met de positie van de "gezalfden", en nu de generatie van 1914 niet langer gehandhaafd kon worden, was ook de bestaande uitleg van deze gelijkenis aan herziening toe.  

De ommekeer van de uitleg van Jezus' gelijkenis van de "schapen en de bokken" die het Wachttoren Genootschap doorvoerde is één van de duidelijkste voorbeelden hoe inconsequent en innerlijk tegenstrijdig Wachttoren doctrine kan zijn om het gezag van de "trouwe en beleidvolle slaaf" overeind te houden, waarbij uitdrukkingen als "waarheid", "juist begrip" en "helderder inzicht" volkomen inhoudsloos worden. 

 

De gelijkenis van de "schapen en de bokken" - tot 1995

Sinds 1923 had het Wachttoren Genootschap geleerd dat de scheiding van de "schapen en de bokken" reeds bezig was. Of iemand als "schaap" of "bok" geoordeeld zou worden hing af van de reactie op het "goede nieuws",  of men bereid was tot het goeddoen aan Christus' geestelijke broeders (de 'gezalfden' - de geestelijke leiding van het Wachttoren Genootschap). Op grond hiervan zou men de mogelijkheid hebben om Armageddon te overleven :

In 1923, toen er weer een congres in Los Angeles werd gehouden, sprak de president van het Genootschap over Jezus’ gelijkenis van de schapen en de bokken. Aan de hand van de Schrift stelde hij vast dat de symbolische „schapen" in deze gelijkenis degenen zijn die thans, gedurende deze „tijd van het einde", in verscheidene opzichten goeddoen aan Jezus’ geestelijke of „wederom geboren" broeders. Als beloning hiervoor zouden zulke personen door de naderende strijd van Armageddon heen gespaard blijven en zou de hemelse koning Jezus Christus hen het aardse rijk van zijn duizendjarige koninkrijk binnenleiden (Matth. 25:31-46). Dit wierp een helderder licht op de aardse vooruitzichten van vele met schapen te vergelijken personen die Christus’ „broeders" goeddeden alsof zij het rechtstreeks voor hem deden.  (De Wachttoren, 1 januari 1981, blz. 27)

 

Omdat Christus volgens De Wachttoren zijn schapen in de organisatie aan het verzamelen was, waren de "schapen" uit deze gelijkenis dus degenen die naar deze organisatie kwamen en goeddeden aan Christus' geestelijke broeders. Hierdoor maakten zij kans om in Armageddon gespaard te worden. Degenen die niet naar deze 'gezalfde broeders' luisterden, zouden zich logischerwijs als "bokken" kwalificeren, en Armageddon niet overleven :

De "schapen" zijn een klasse van mensen die bewijzen dat zij aan de zijde van de Koning Jezus Christus staan door zijn geestelijke broeders en medeërfgenamen postief goed te doen. De Schapen hebben Babylon de Grote (het wereldrijk van valse, Babylonische religie) verlaten. Zij hebben hun leven door bemiddeling van Christus aan God opgedragen en zijn in het water gedoopt, en daarna hebben zijn te zamen met Christus' geestelijke broeders een aandeel aan het laatste, wereldomvattende getuigenis omtrent Gods koninkrijk, zoals dit eerder in Jezus' in Matthéüs 24:14 (NW) opgetekende profetie was voorzegd ...

... ten tijde van de voltrekking van het goddelijke oordeel zullen de "bokken" alle personen omvatten, of zij nu jong zijn of oud, die geen "schapen" zijn geworden en die niet zijn bijeengebracht om deel uit te maken van de 'ene kudde' onder de 'ene herder', waartoe ook het kleine overblijfsel van de geestelijke broeders van de Herder behoort. (De Wachttoren, 15 juni 1965, blz 370)

 

De uitleg die in 1923 aan de illustratie van de 'schapen en de bokken" werd gegeven was boven twijfel verheven, want het kwam van Jehovah zélf, de "trouwe en beleidvolle slaaf"-klasse bemiddelde slechts. Het was onderdeel van "geestelijk voedsel te rechter tijd", en was bovendien, zoals De Wachttoren zei, de juiste uitleg van de illustratie :

15... Precies toen het nodig was ... zorgde hij [Jehovah] ervoor dat deze schriftplaatsen [over de verloren zoon] werden begrepen. De betekenis ervan werd door bemiddeling van de "getrouwe en beleidvolle slaaf"-klasse, het gezalfde overblijfsel, doorgegeven en vormde een onderdeel van het geestelijke voedsel dat 'te rechter tijd" werd verschaft...
16Wanneer wij de aldus gemaakte vooruitgang aan een korte beschouwing onderwerpen, merken wij op dat The Wachttower in 1923 voor het eerst de
juiste uitleg gaf van de illustratie van de "schapen en de bokken". In verband met de identiteit van de "schapen" werd toen aangetoond dat zij een aardse klasse afbeeldden die aan de rechterhand van de Koning worden bijeen gebracht met het vooruitzicht onder zijn heerschappij eeuwig leven te ontvangen ...  - (De Wachttoren 15 oktober 1965, blz 21, tekst tussen [ ] toegevoegd)

 

De tijd van de vervulling van de gelijkenis van de scheiding van de "schapen" en "bokken" was na dit heldere inzicht volkomen duidelijk, er kon geen misverstand over bestaan :

15 Het zou een schromelijke vergissing zijn te denken dat aangezien de vernietiging van de „bokken" een eeuwige vernietiging is, de gelijkenis pas op een later tijdstip van toepassing kan zijn, misschien gedurende de Duizendjarige Regering van Christus. Integendeel, Jezus sprak deze gelijkenis uit als een onderdeel van het teken van „het besluit van het samenstel van dingen" (Matthéüs 24:3). Wat hij beschrijft, vindt plaats nadat hij met Koninkrijksmacht is bekleed maar ook terwijl zijn „broeders" nog steeds in het vlees op aarde zijn en de moeilijkheden ondervinden waarover hij spreekt. Wij leven in die tijd en deze loopt snel ten einde. Het is daarom van groot belang niet alleen volledig vertrouwen te stellen in het Koninkrijk maar ook anderen te helpen inzien hoe belangrijk het is dit thans te doen. Overleving en daarna een nieuwe aarde (1984), blz. 120

 

Dit was dus de uitleg die aan deze illustratie werd gegeven. Maar toen met het vervallen van de generatie van 1914 de rol van Christus' gezalfde broeders drastisch herzien moest worden, had dit onvermijdelijk consequenties voor deze leerstelling.  

 

"Nieuw licht" - Een "verbeterd begrip"

Met het verschijnen van De Wachttoren van 15 oktober 1995 bleken woorden als "juist begrip", "helder inzicht", en al de talloze paragrafen die er in de loop der jaren aan deze gelijkenis gewijd waren geen enkele waarde meer te hebben. Wat jarenlang voor "geestelijk voedsel te rechter tijd", afkomstig van Jehovah door bemiddeling van de "trouwe en beleidvolle slaaf" doorging, bleek opeens inhoudsloos te zijn. Er kwam nameljk een nieuwere uitleg: 

Wij hebben lange tijd gemeend dat de gelijkenis liet zien dat Jezus in 1914 plaatsnam op zijn troon en sindsdien oordelen velde — eeuwig leven voor de schapen, definitieve dood voor de bokken. Maar uit een herbeschouwing van de gelijkenis blijkt dat wij ons begrip moeten herzien wat de tijdsbepaling van de gelijkenis betreft alsook wat erdoor wordt geïllustreerd. (De Wachttoren 15 oktober 1995, blz. 19)

 

Nu is het goed om even aandacht te besteden aan de bewoordingen waarmee die "nieuwe inzicht" wordt aangekondigd. De 'lange tijd' die De Wachttoren hier eufemistisch noemt is 72 jaar, sinds Joseph Rutherford in 1923 zijn uitleg gaf aan de gelijkenis.  Men had het niet slechts 'gemeend' , het werd met de grootst mogelijke stelligheid omschreven als "juiste uitleg" en "helderder inzicht van Jehovah door bemiddeling van de "trouwe en beleidvolle slaaf". Slechts enkele maanden vóór dit "nieuwe licht" was er, in De Wachttoren van 15 mei 1995, nog een heel artikel gewijd aan 'lichtflisten van inzicht', waarbij ook de oude uitleg nog als "lichtflits" van helder inzicht werd afgeschilderd :


Steeds meer lichtflitsen

11 Vooral sinds 1919 zijn Jehovah’s dienstknechten gezegend met steeds meer lichtflitsen. Wat een heldere lichtflits kwam er tijdens het in 1922 in Cedar Point gehouden congres toen J. F. Rutherford, de tweede president van het Wachttorengenootschap, krachtig liet uitkomen dat de voornaamste verplichting die op Jehovah’s dienstknechten rust de verkondiging van Gods koninkrijk is. Hij zei: „Verkondigt, verkondigt, verkondigt de Koning en zijn koninkrijk"! Slechts één jaar later werd er helder licht geworpen op de gelijkenis van de schapen en de bokken. Er werd ingezien dat deze profetie vervuld zou worden in de huidige dag des Heren, niet in de toekomst tijdens het Millennium, zoals eerder was gedacht. Gedurende het Millennium zouden de broeders van Christus niet ziek zijn, noch zouden zij gevangenzitten. Bovendien zal het aan het einde van het Millennium Jehovah God zijn die oordeelt, niet Jezus Christus. — Mattheüs 25:31-46. ...
18 In 1935 onthulde een heldere lichtflits dat de in Openbaring 7:9-17 genoemde grote schare geen secundaire hemelse klasse was. Men had gedacht dat de in die verzen genoemde personen sommige van de gezalfden waren die niet ten volle getrouw waren geweest en daarom vóór de troon stonden in plaats dat zij op tronen zaten en met Jezus Christus als koningen en priesters regeerden. Maar er bestaat eenvoudig niet zoiets als gedeeltelijke getrouwheid. Iemand is hetzij getrouw of ontrouw. Er werd dus ingezien dat deze profetie betrekking had op de ongetelde grote schare uit alle natiën die nu bijeenvergaderd wordt en die een aardse hoop heeft. Zij zijn „de schapen" uit Mattheüs 25:31-46 en de „andere schapen" uit Johannes 10:16. (De Wachttoren 15 mei 1995, blz. 18/20)

Maar dit alles was dus met één enkel artikel 'oud licht' geworden, en dus niet meer "de waarheid". Wat was nu de nieuwe "waarheid"? Het Wachttorenartikel van 15 oktober 1995, waarin het 'nieuwe licht' werd aangekondigd, vervolgt op blz. 21:

19Kunnen wij derhalve terecht de conclusie trekken dat Jezus in de specifieke rol van Rechter op een glorierijke troon plaatsneemt of gaat zitten? Ja. Jezus zei tot de apostelen: „In de herschepping, wanneer de Zoon des mensen plaats neemt op zijn glorierijke troon, zult gij die mij zijt gevolgd, ook zelf op twaalf tronen zitten en de twaalf stammen van Israël oordelen" (Mattheüs 19:28). Hoewel Jezus nu Koning van het Koninkrijk is, zal zijn verdere in Mattheüs 19:28 genoemde activiteit omvatten dat hij tijdens het Millennium op een troon zit om te oordelen. Dan zal hij de gehele mensheid oordelen, de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen (Handelingen 24:15). Het is nuttig dit in gedachte te houden wanneer wij onze aandacht richten op een van Jezus’ gelijkenissen, die betrekking heeft op onze tijd en op ons leven.

Na een lange uitleg besluit het artikel uiteindelijk:

25Dit betekent derhalve dat het ’plaats nemen van Jezus op zijn glorierijke troon’ om te oordelen, waarvan in Mattheüs 25:31 sprake is, betrekking heeft op de toekomstige tijd wanneer deze machtige Koning op zijn troon zal plaatsnemen om het oordeel over de natiën uit te spreken en te voltrekken. Ja, het oordeelstafereel in Mattheüs 25:31-33, 46, waarbij Jezus betrokken is, kan vergeleken worden met het tafereel in Daniël hoofdstuk 7, waar de regerende Koning, de Oude van Dagen, zich neerzette om zijn rol als Rechter te vervullen.

26Dit begrip van de gelijkenis van de schapen en de bokken geeft te kennen dat het uitspreken van het oordeel over de schapen en de bokken in de toekomst ligt. Dit zal plaatsvinden nadat de in Mattheüs 24:29, 30 genoemde „verdrukking" uitbreekt en de Zoon des mensen ’in zijn heerlijkheid komt’.

 

Is dit niet ronduit schokkend? Was het jarenlang een "schromelijke vergissing" om te geloven dat het scheiden van de "schapen en bokken" niet nu, maar in de toekomst, bijvoorbeeld in het millenium plaats zou vinden (Overleving en daarna een nieuwe aarde,  blz. 120), en was het inzicht dat in 1923 verkregen was een  'lichtflits' die een einde maakte aan het foutieve inzicht dat de scheiding in de toekomst in het millenium zou plaats vinden (De Wachttoren 15 mei 1995, blz. 18), nu werd 'nieuw licht' geïntroduceerd waarmee niet alleen een "schromelijke vergissing" opeens "nieuwe waarheid" werd, maar het was bovendien een terugkeer naar een stelling die reeds lang als onjuist verlaten was!

 

Samenvatting en conclusie

Toen de generatie van 1914 van het toneel verdween, moest ook het inzicht van de gelijkenis van de "schapen en de bokken" aangepast worden. Niet langer was het de reaktie op de boodschap "van het koninkrijk" en het gehoorzamen van Christus' geestelijke broeders hier en nu wat bepaalde of men als "schaap"of als "bok" geoordeeld zou worden. Het oordeel werd verschoven naar de toekomst, iets wat decennia lang als absoluut foutief werd beschouwd. Hiervoor moest er bovendien een ingewikkelde redenering worden bedacht, waarbij Jezus meer dan eens op de troon ging zitten, één keer als koning in 1914, en één keer als rechter, op een tijdstip nog in de toekomst.

Het werkelijke probleem van deze doctrine was niet enkel het begrip van de tijd waarin de vervulling plaats zou vinden, maar de voorwaarde die aan de uitleg gekoppeld was, namelijk het "goeddoen aan Christus' geestelijke broeders". Door het gehoorzamen van de organisatie (de 'gezalfde broeders') als voorwaarde voor het overleven van Armageddon te stellen, moest het Wachttoren Genootschap door het afvoeren van de generatie van 1914 allerlei absurde sprongen maken en volkomen tegenstrijdige uitleggingen geven, waarmee het alleen maar meer tegenstrijdigheden heeft opgeroepen.  Om maar iets te noemen: "de schapen" uit deze gelijkenis worden in de leer van de Wachttoren gelijkgesteld met de "grote schare" (De Wachttoren 15 mei 1995, blz. 20, zie boven). Hoe is het mogelijk dat er nu reeds een grote schare zou zijn als het oordeel nog in de toekomst ligt, en er dus nog helemaal geen "schapen" zijn?

Een leerstelling die 72 jaar als "helder inzicht van Jehovah zelf", als "juiste uitleg" en "geestelijk voedsel te rechter tijd" werd voorgeschreven, werd met één enkel artikel aan de kant gezet. Heeft Jehovah 72 jaar lang opzettelijk verkeerd geestelijk voedsel uitgedeeld? Of was het een menselijke organisatie die wel beweert namens God te spreken, maar voor wie het begrip "waarheid" enkel dient om het eigen gezag te kunnen handhaven?

 

terug