e@mail   |  home 

Waar dient de "grote schare" God?

of: Hoe De Wachttoren de "grote schare" de hemel uit redeneert

"Daarom zijn zij voor de troon van God; en zij verrichten dag en nacht heilige dienst voor hem in zijn tempel; en Degene die op de troon is gezeten, zal zijn tent over hen uitspreiden." - Openbaring 7:15 (NWV)

 

Inleiding
1. Wat zegt de Bijbel?
  2. 'Hieron' en 'Naos' - tempelcomplex en binnenste heilige ruimten
  2.1 Het onderscheid tussen 'hieron' en 'naos'
  2.2 Waarom het onderscheid tussen 'hieron' en 'naos' zo belangrijk is
  2.3 Hoe de Wachttoren het begrip 'naos' probeert te rekken
3. "Voor de troon" - 'Enopion'
Samenvatting en conclusie

 

Inleiding

Waar bevindt zich de "grote schare" van Openbaring 7:9 en 15? Eén van de kerndoctrines van Jehovah's Getuigen is dat de groep die hier wordt afgebeeld op aarde verblijft. Getuigen geloven dat de overgrote meerderheid van verloste mensen gezegend zal worden met eeuwig leven op aarde terwijl slecht een "kleine kudde" van 144.000 personen naar de hemel zal gaan. Deze twee-klassenleer werd door Joseph F. Rutherford ingevoerd in 1935, sinds welke datum de "hemelse roeping" praktisch voltooid zou zijn.

Dus is één van de belangrijkste leerstellingen dat er twee klassen van gelovigen zijn: een klasse met de "aardse hoop" en een klasse met de "hemelse hoop" ("gezalfden"). Jehovah's getuigen wordt geleerd dat Jezus alléén middelaar is voor de gezalfde 144.000 leden van de hemelse klasse (zie De Wachttoren, 15 juli 1979, blz. 31). Degenen van de aardse klasse zijn daarom niet in het door Christus bemiddelde nieuwe verbond, en hebben slechts een relatie met God en Christus tengevolge van hun omgang met diegenen die belijden de laatste nog op aarde levende leden van de 144.000 te zijn. (Volgens de meest recente jaarcijfers behoren nog slechts minder dan 9000 van de meer dan 5,5 miljoen Jehovah's Getuigen wereldwijd tot de "gezalfden".)

Het is voor 99,9% van Jehovah's Getuigen van de aardse klasse, de "andere schapen", dus eenvoudigweg ondenkbaar dat zij naar de hemel zouden gaan. De "hemelse hoop" is, wordt hen voortdurend voorgehouden, is slechts weggelegd voor de 144.000 gezalfden, de geestelijke leiders die de "kleine kudde" vormen. Zij blijven zelf liever op een paradijsaarde. (opmerking : merkwaardig genoeg heersen er bij Jehovah's Getuigen vaak verkeerde opvattingen over wat Christenen geloven over de hemel)

Maar ondanks wat De Wachttoren leert, en men dus gelooft, wat zegt de Bijbel zelf over de locatie van de grote schare?

1. Wat zegt de Bijbel?

De bijbel is duidelijk over de plaats van de 'grote schare' (Openbaring 7:9,15). In een heel korte samenvatting kan het volgende overzicht gegeven worden :

Openbaring 4:2 De Troon is in de Hemel
Openbaring 11:19 De Tempel is in de Hemel
Openbaring 14:17 De Tempel is in de Hemel
Openbaring 7:9 De 'Grote schare' is vóór de Troon
Openbaring 7:15 De 'Grote schare' is in de Tempel, vóór de Troon

Zoals het boek Openbaring dus aantoont, bevindt de grote schare zich onmiskenbaar in de hemel.

Aangezien dit niet overeenkomt met de Wachttorenleer sinds 1935 dat de grote schare niet naar de hemel gaat, maar slechts de 144.000, moet deze duidelijke bijbelse leer worden weggeredeneerd. Hoe wordt dat gedaan? Hieronder worden de argumenten die de Wachttoren hanteert (of hanteerde) belicht. Om deze argumenten te kunnen afwegen, is het goed om gebruik te maken van de Kingdom Interlinear Translation, door het Genootschap zelf uitgegeven, waarin de Griekse grondtekst van een woord-voor-woord vertaling (in het Engels) is voorzien.

 

2. 'Hieron' en 'Naos' - tempelcomplex en binnenste heilige ruimten

2.1 Het onderscheid tussen 'hieron' en 'naos'

Het Grieks kent twee woorden die naar de tempel verwijzen. Zo is er het woord - 'hieron', dat betrekking heeft op het gehele tempelcomplex, inclusief alle hoven en bijgebouwen, en vervolgens is er het woord - 'naos', dat voornamelijk betrekking heeft op het binnenste heiligdom.

Inzicht in de Schrift, deel 2 vermeldt op blz. 1002 :

De Griekse woorden hi'e·ron en na'os worden beide met „tempel" weergegeven en kunnen op het gehele tempelcomplex duiden of op het centrale gebouw ervan; na'os, dat „heiligdom" of „godswoning" betekent, duidt soms specifiek op de heilige binnenste ruimten van de tempel.

Het verschil tussen het gebruik van deze twee termen wordt goed duidelijk gemaakt in een artikel dat verscheen in de Engelse uitgave van the Watchtower van 15 Augustus, 1960, waar het tweede hoofdstuk van Johannes (waar de aanwezigheid van de geldwisselaars en dieren in de tempel wordt beschreven) wordt besproken. Dit artikel is voor zover bekend niet in de Nederlandse uitgave verschenen. Op bladzijde 493 staat in dit artikel, dat getiteld is "The Temple of the Apostles' Time" (De tempel in de tijd van de Apostelen) :

What kind of building could this be that had room for all this traffic? The fact is that this temple was not just one building but a series of structures of which the temple sanctuary was the center. In the original tongue this is made quite clear, the Scripture writers distinguishing between the two by the use of the words hieron and naos. Hieron referred to the entire temple grounds, whereas naos applied to the temple structure itself, the successor of the tabernacle in the wilderness. Thus John tells that Jesus found all this traffic in the hieron.

Vertaling :

Wat voor soort gebouw kon dit zijn dat ruimte had voor al dit handeldrijven? Het feit is dat deze tempel niet slechts uit één gebouw maar uit een reeks van gebouwen bestond waarvan het heilige het middelpunt was. In de oorspronkelijke taal werd dit duidelijk gemaakt, de schijvers van de Schrift maakten onderscheid tussen de twee door de woorden hieron en naos te gebruiken. Hieron verwees naar het volledige tempelterrein, terwijl naos van toepassing was op het tempelgebouw zelf, de opvolger van de tabernakel in de woestijn. Dus vertelt Johannes dat Jezus al dit handeldrijven in de hieron vond"

Overeenkomstig deze informatie schrijft ook het boek "Dan is Gods Mysterie voleindigd", (uitgegeven door het Wachttoren Genootschap in 1969), op blz 302 :

"Het tempelheiligdom (Grieks : naos) nam slechts een gedeelte van het tempelterrein in beslag..."

'Naos', wat in de Nieuwe WereldVertaling weergegeven wordt met tempel[heiligdom], had dus slechts betrekking op een gedeelte van het gehele tempelterrein, het 'hieron'.

 

2.2 Waarom het onderscheid tussen 'hieron' en 'naos' zo belangrijk is

De Wachttoren van 15 november 1980 merkte op bladzijde 15 op :

"Het Griekse woord naos verwijst vaak naar het binnenste heiligdom dat de hemel zelf afbeeld"

En dat is juist. Zo lezen we in Openbaring 11:19 :

"En het tempel[heiligdom](na-os) van God, dat in de hemel is, werd geopend, en de ark van zijn verbond werd in zijn tempel[heiligdom] (na-os) gezien."

En in Openbaring 14:17 staat :

"En nog een andere engel kwam uit het tempel[heiligdom] (na-os), dat in de hemel is, ..."

De Bijbel maakt het dus duidelijk, dat het Griekse woord 'na-os' (), dat in de Nieuwe Wereld Vertaling vertaald wordt met 'tempel[heiligdom]', in het boek Openbaring betrekking heeft op de hemel zelf.

En hier onstaat logischerwijs een probleem voor de Wachttoren uitlegging, want uit Openbaring 7:15 blijkt dat de 'grote schare' zich ook in het tempel[heiligdom], 'naos', bevindt, en zich dus óók in de hemel moet bevinden. Hier vinden we namelijk :

"Daarom zijn zij voor de troon van God; en zij verrichten dag en nacht heilige dienst voor hem in zijn tempel [naos] ; en Degene die op de troon is gezeten, zal zijn tent over hen uitspreiden." - Openbaring 7:15 (NWV)

Hoe lost de Wachttoren dit op?

 

2.3 Hoe de Wachttoren het begrip 'naos' probeert te rekken

Hoewel uit Openbaring duidelijk wordt dat wanneer Johannes het woord 'naos' () gebruikt, dit specifiek betrekking heeft op de hemel zélf, trachtte De Wachttoren van 15 november 1980 in een artikel getiteld "Waar verricht de 'grote schare' heilige dienst?" aan te tonen dat 'naos' ook ruimer opgevat kon worden, en wel als ook betrekking hebbende op de voorhof.

Door de grote schare aldus uít de binnenste heilige ruimten, ín de voorhof te plaatsen zou het probleem opgelost zijn. De voorhof zou het aardse gedeelte van de geestelijke tempel afbeelden, waarmee voorkomen werd dat de gezalfden en de grote schare zich beiden in de hemel zouden bevinden.

De aanpak van de Wachttoren was als volgt; er werd een overzicht gegeven van plaatsen waar 'naos' betrekking had op het hele tempelcomplex, zodat het gerechtvaardigd zou zijn om de grote schare in de voorhof te plaatsen. Op bladzijde 15 gaf het artikel dit overzicht :

En eveneens op blz. 15 lezen we:

In het bijbelse verslag waar wordt gezegd dat Jezus Christus de geldwisselaars en de kooplieden uit Herodes’ tempel verdreef, is het Griekse grondwoord dat wordt gebruikt bijvoorbeeld naos.

Merkwaardig genoeg worden voor de beweringen op deze bladzijde en vooral in de tabel géén tekstverwijzingen geplaatst, en een raadpleging van de Griekse grondtekst in de door het Genootschap zelf uitgegeven Kingdom Interlinear, toont aan waarom.

In de beschrijvingen van de geschiedenis van de tempelreiniging (Mattheüs 21:12; Markus 11:15; Lukas 19:45 en Johannes 2:14 e.v.), blijkt namelijk de term "hieron" gebruikt te zijn, en niet 'naos', zoals De Wachttoren toch duidelijk verkondigt.

En ook bij nader onderzoek van de bewering dat 'naos' gebruikt wordt om aan te duiden dat de gehele tempel verwoest zou worden, blijkt de Griekse term die hier gebruikt wordt "hieron" te zijn, en niet "naos", zoals het Genootschap wil laten geloven (zie Matt 24:1,2; Markus 13:1-3, Lukas 21:5,6)

Het is duidelijk dat de schrijver hoe dan ook vastbesloten is te 'bewijzen' dat de grote schare niet in de hemel is, en daarbij zelf bereid is gebruik te maken van misleiding. De conclusie die de schrijver onderaan de tabel vermeldt, namelijk dat het DAAROM met dit alles overeenstemt om te zeggen dat de grote schare in de aardse voorhof van de geestelijke tempel dienst doet, is zondermeer een valse en misleidende conclusie.

De uiteindelijke boodschap van het artikel wordt in hetzelfde Wachttorenartikel op de volgende wijze weergegeven: In 'Jehovah's tempelregeling' wordt de grote schare uitdrukkelijk in de 'voorhof der heidenen', buiten de binnenste heilige ruimten geplaatst, zoals uit de illustratie blijkt.

      De voorstelling van De Wachttoren van "Jehovah's tempelregeling". Merk op dat volgens De Wachttoren de aanbidders van God in de voorhof der heidenen heilige dienst verrichten. Dit in scherpe tegenstelling met het gebruik van deze voorhof door de Bijbel om een periode van onderdrukking te symboliseren door degenen die niet tot ware aanbidders worden gerekend in Openbaring 11:2

De officiële leer was dus vanaf 1980 dat

a) dat de term 'naos' ook betrekking kon hebben op de voorhof van de tempel
b) de grote schare zich in de voorhof der heidenen bevond, en niet in de binnenste heilige ruimten zelf,

Deze zienswijze werd nog eens bevestigd in De Wachttoren van 15 mei 1981 op blz. 11 en De Wachttoren van 1 juli 1996, blz. 20.

Nu doemt er echter een nieuw probleem op, want in Openbaring 11:1-2 wordt duidelijk vermeld dat de voorhof, waar de 'grote schare' inmiddels naar toe gemanoeuvreerd is, géén deel uitmaakt van de 'naos', het tempel[heiligdom]: Openbaring 11:1-2

"En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, terwijl hij zei: „Sta op en meet het tempel[heiligdom] van God en het altaar en hen die daarin aanbidden. 2 Maar wat het voorhof buiten het tempel[heiligdom] (naos) betreft, werp dat volledig buiten en meet het niet, want het is aan de natiën gegeven, en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang."

De Bijbel toont dus duidelijk aan dat het voorhof niet tot het tempel[heiligdom] (naos) zelf behoort. Wat De Wachttoren desondanks probeert te bewijzen is dus, afgezien van de opzettelijke misleiding, ook hier in direkte tegenspraak met de Bijbel zelf!

Minder dan anderhalf jaar nadat het artikel in De Wachttoren van 1 juli 1996 deze visie nog eens bevestigd had, verscheen in De Wachttoren van 1 februari 1998 op blz. 21 het volgende :

De andere schapen en het nieuwe verbond

Heilige dienst in de tempel

De grote schare aanbidt met gezalfde christenen in het aardse voorhof van Jehovah’s grote geestelijke tempel (Openbaring 7:14, 15; 11:2). Er is geen reden om te concluderen dat zij zich in een afzondelijk Voorhof der heidenen bevinden. Toen Jezus zich op aarde bevond was er een Voorhof der heidenen in de tempel. Maar het door God geïnspireerde bouwplan van Salomo’s en van Ezechiëls tempel bevatte geen voorziening voor een Voorhof der heidenen. In Salomo’s tempel bevond zich een buitenste voorhof waar Israëlieten en proselieten, mannen en vrouwen, God samen aanbaden. Dit is het profetische beeld van het aardse voorhof van de geestelijke tempel, waar Johannes de grote schare heilige dienst zag verrichten.

Maar alleen priesters en levieten mochten het binnenste voorhof, waar het grote altaar stond, betreden; alleen priesters mochten het Heilige betreden; en alleen de hogepriester mocht het Allerheiligste betreden. Het binnenste voorhof en het Heilige vormen blijkbaar een afschaduwing van de unieke geestelijke toestand waarin gezalfde christenen op aarde verkeren. En het Allerheiligste is een afbeelding van de hemel zelf, waar gezalfde christenen samen met hun hemelse Hogepriester onsterfelijk leven ontvangen. – Hebreeën 10:19, 20

Duidelijk werd, dat de 'grote schare' zich niet in de voorhof der heidenen kon bevinden, omdat die in de eerder tempels nog niet bestond. De plaats van handeling verplaatste zich nu naar de 'buitenste voorhof' van de tempel van Salomo.

Maar hiermee is het probleem niet opgelost. Het artikel maakt zélf de explicitiete connectie tussen Openbaring 11:2 en Openbaring 7:15, en met welke tempel men Openbaring 11:2 ook wenst te verbinden, die van Salomo, Ezechiel of Herodes, het feit blijft bestaan dat de aardse voorhof buiten het tempel[heiligdom] is, terwijl de 'grote schare van Openbaring 7:15 zich binnen het tempel[heiligdom] of 'naos' bevindt.

Het probleem zou eenvoudig opgelost kunnen worden wanneer de Wachttoren bereid zou zijn de leer aan te passen aan wat de Bijbel zegt, in plaats van de Bijbel in overeenstemming te brengen met de traditie, en allerlei spitsvondige redeneringen toe te passen om de sinds 1935 bestaande leer overeind te houden.

 

3. "Voor de troon" - 'Enopion'

Maar de Wachttoren onderneemt nog meer pogingen om het duidelijke Bijbelse verslag dat de grote schare zich in de hemel bevindt zódanig uit te leggen dat de grote schare op aarde moet zijn. Ditmaal draait het om het Griekse woord ,enopion, dat volgens de eigen Kingdom Interlinear 'vóór', 'in het aangezicht van', betekent.

"Redeneren aan de hand van de Schrift" zegt op blz. 201 :

"Gaan de leden van de in Openbaring 7:9,10 genoemde „grote schare" ook naar de hemel?

Van hen zegt de Openbaring niet, zoals van de 144.000, dat zij „van de aarde zijn gekocht" om met Christus op de hemelse berg Sion te zijn. — Openb. 14:1-3.

Dat zij worden beschreven als „staande voor de troon en voor het Lam", duidt niet noodzakelijkerwijs op een plaats, maar op een goedgekeurde toestand. (Vergelijk Openbaring 6:17; Lukas 21:36.) De uitdrukking „voor de troon" (Grieks: e·no'pi·on tou thro'nou; letterlijk „in het gezicht van de troon") hoeft niet te betekenen dat zij in de hemel zijn. Zij staan eenvoudig „in het gezicht" van God, die ons vertelt dat hij vanuit de hemel de mensenzonen aanschouwt. — Ps. 11:4; vergelijk Matthéüs 25:31-33; Lukas 1:74, 75; Handelingen 10:33."

Waneer we even de moeite nemen om na te gaan hoe de uitdrukking 'enopion' in Openbaring volgens de Kingdom Interlinear word gebruikt, komen we tot het volgende overzicht :

Openbaring 1:4 "de zeven geesten die voor (enopion) zijn troon zijn,...."
Openbaring 4:5 "en [er zijn] zeven vurige lampen, die branden vóór (enopion)de troon ...."
Openbaring 4:6 "En vóór (enopion) de troon is, als het ware, een glazen zee, kristal gelijk."
Openbaring 4:10 "... vallen de vierentwintig oudere personen neer voor (enopion) Degene die op de troon is gezeten en aanbidden zij Degene die tot in alle eeuwigheid leeft, en zij werpen hun kronen voor (enopion) de troon...."
Openbaring 7:9 "een grote schare, staande voor (enopion)de troon en voor (enopion) het Lam,...."
Openbaring 7:11 "En alle engelen stonden rondom de troon en de oudere personen en de vier levende schepselen, en zij vielen op hun aangezicht voor (enopion) de troon en aanbaden God..."
Openbaring 7:15 "Daarom zijn zij voor (enopion) de troon van God; en zij verrichten dag en nacht heilige dienst voor hem in zijn tempel...."
Openbaring 8:3 "En er kwam een andere engel, die een gouden reukvat had en bij het altaar ging staan; en hem werd een grote hoeveelheid reukwerk gegeven om het met de gebeden van alle heiligen te offeren op het gouden altaar dat voor (enopion) de troon stond."
Openbaring 9:13 "En ik hoorde één stem uit de hoornen van het gouden altaar, dat voor (enopion) Gods aangezicht staat."
Openbaring 11:16 "En de vierentwintig oudere personen, die voor (enopion) God op hun tronen zaten, vielen op hun aangezicht en aanbaden God."
Openbaring 14:3 "En zij [de 144.000] zingen als het ware een nieuw lied vóór (enopion) de troon en vóór (enopion) de vier levende schepselen en de oudere personen;...."

Er is dus, ondanks de beweringen van "Redeneren aan de hand van de Schrift", volgens de contekst geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de 'grote schare' op een andere wijze vóór de troon geplaatst zou zijn dan de zeven geesten, de zeven lampen, het gouden altaar, de vierentwintig oudsten, de engelen en de 144.000, die overduidelijk wel in de hemel zijn.
In tegendeel zelfs, de 'grote schare' bevindt zich volgens het Bijbelse verslag op exact dezelfde plaats, op exact dezelfde wijze als de 144.000!

Wat De Wachttoren ook beweert, de Bijbel geeft aan dat de leer van de twee klassen onjuist en onhoudbaar is.

 

Samenvatting en conclusie

Eén van de kernleerstellingen van het Wachttoren Genootschap is dat er twee klassen van gelovigen zijn, de 144.000 die naar de hemel gaan, en de 'grote schare' die op aarde blijft.

Om te kunnen bewijzen dat de grote schare op aarde blijft, echter, moet De Wachttoren de toevlucht nemen tot regelrechte misleiding door de Griekse grondtekst verkeerd weer te geven. Bovendien tracht men, in weerwil van het duidelijke bijbelse verslag, de 'grote schare' buiten het tempel[heiligdom], in een voorhof te plaatsen. Verder tracht men door met de betekenis van woorden te schuiven zowel wat betreft het gebruik van het Griekse woord 'naos', als het woord 'enopion' een uitlegging te rechtvaardigen die door de Bijbel zelf wordt tegengesproken.

Het is duidelijk dat het Genootschap redeneert vanuit traditionele overtuigingen, en de Bijbel in overeenstemming hiermee wil brengen, in plaats van met de Schrift te beginnen en vervolgens de leerstellingen hieraan aan te passen (vergelijk Matt. 15:1-9 en Markus 7:6-9). Het blijft afwachten of het Genootschap eens terug zal keren naar de leer van vóór 1935, en de duidelijke Bijbelse leer zal accepteren dat de 'grote schare' zich vóór de troon, in Gods hemelse tempelheiligdom bevindt, of dat het zal voortgaan met de zaken te verdoezelen door de Bijbel geforceerd in overeenstemming te brengen met de huidige leer van de organisatie.

 

#Opmerking

Christenen geloven niet dat de hemel de eindbestemming is voor de gelovigen. In overeenstemming met de Bijbel verwachten zij een 'nieuwe hemel en een nieuwe aarde' (Openbaring 21:1). De hemel zal slechts een "tussenstation" zijn totdat de tijd vol is (vgl. Openbaring 6:9-11).


[ top ]

[  leerstellige onderwerpen   |  geschiedenis   |  psychologische onderwerpen   |  diversen   |  links   |  e@mail  ]
terug naar startpagina