|
|
1. De formele procedure
Het meesterwerk van Kafka, Het proces
begint met de zin: "Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets
kwaads gedaan had, werd hij op een ochtend gearresteerd." De onmacht van de beklaagde
Josef K., het gevoel dat het proces iets is wat je overkomt in plaats van waarop je door
bepaalde stappen te doen invloed kan uitoefenen, komt wonderwel overeen met de ervaring
van de beklaagden in een rechterlijke aangelegenheid bij Jehovahs
Getuigen.
 |
|
| De Wachttoren 15 september 1992, blz. 12 |
|
|
Hieronder volgt een opsomming van de
opeenvolgende stappen binnen de uitsluitingsprocedure:
- Allereerst dient een Jehovahs Getuige getuige te zijn geweest
van het feit dat een andere Jehovahs Getuige een zonde heeft begaan die uiteindelijk
tot uitsluiting kan leiden.
- Deze persoon dient eerst de overtreder persoonlijk te benaderen en
hem of haar te overreden zijn of haar zonde bij de ouderlingen bekend te maken. Wanneer de
overtreder te kennen geeft daar geen aanleiding toe te zien, dient de getuige een termijn
te stellen (vaak ongeveer een week) waarin de overtreder alsnog zijn of haar zonde kenbaar
kan maken. Heeft de persoon in kwestie dat na die periode nog niet gedaan, zal de getuige
de ouderlingen benaderen en hen op de hoogte stellen van de daad waarvan hij of zij
getuige is geweest.
- Wanneer de overtreder de aanklacht ontkent, is het noodzakelijk dat
er minimaal twee getuigen zijn van de overtreding. Is er slechts één getuige en ontkent
de beklaagde de aanklacht, wordt de zaak geseponeerd.
- Wanneer er sprake is van een kwestie waarop uiteindelijk uitsluiting
kan staan en de aanklacht gegrond is bevonden (ofwel doordat de beklaagde zijn schuld
heeft bekend ofwel doordat er twee of meer getuigen zijn gevonden van het ten laste
gelegde), wordt er een rechterlijk comité gevormd inclusief het toewijzen van een
voorzitter. In een enkel geval geeft de beklaagde al op dit moment aan veel berouw te
hebben en kan men van verdere strafvervolging afzien, vooral bijvoorbeeld
wanneer de beklaagde nog maar kort Getuige is. De procedure blijft dan beperkt tot een
berisping met eventuele restricties.
Na het vormen van het rechterlijk comité krijgt de beklaagde een uitnodiging om te
verschijnen voor dit comité; meestal heeft dit verhoor plaats in de Koninkrijkszaal. De
zitting verloopt als volgt:
- de voorzitter opent met een schriftuurlijke gedachte
- de beklaagde krijgt de gelegenheid een persoonlijk standpunt tot
uitdrukking te brengen
- wanneer de beklaagde geen bekentenis heeft afgelegd, wordt hij op de
hoogte gesteld van de aard van de aanklacht
- getuigen worden gehoord, de beklaagde mag ook getuigen à charge naar
voren brengen; nadat zij gehoord zijn, dienen de getuigen te vertrekken
- de ouderlingen stellen vast wat de precieze aanklacht is, welke
bewijzen ervoor zijn en wat de houding van de beklaagde is
- wanneer de schuld in de ogen van de ouderlingen vaststaat, gaan zij
ertoe over de beklaagde te "vermanen" (dit kan plaatsvinden in aanwezigheid van
de getuigen)
- hierna vergadert het rechterlijk comité over de vraag of tot
uitsluiting dient te worden overgegaan of niet
- Indien tot uitsluiting wordt overgegaan, wordt deze beslissing
mondeling aan de beklaagde meegedeeld. Tevens wordt de beklaagde verteld dat hij of zij de
mogelijkheid in beroep te gaan. Hij of zij dient dit binnen 7 dagen schriftelijk te melden
aan het rechterlijk comité.
- Wanneer beroep wordt aangetekend, dient de voorzitter van het
rechterlijk comité contact op te nemen met de kringopziener. Deze stelt dan een
beroepscomité samen, meestal ouderlingen uit omringende gemeenten. Voor een
herbeschouwing van de zaak ontvangt de beklaagde weer een uitnodiging.
- In aanwezigheid van het oorspronkelijke rechterlijke comité en het
beroepscomité vindt er wederom een verhoor plaats, meestal in de Koninkrijkszaal. De
procedure is gelijk aan de bovenstaande (punt 4).
- Na het verhoor vergadert het beroepscomité over de vraag of tot
uitsluiting dient te worden overgegaan of niet.
- Indien tot uitsluiting wordt overgegaan heeft de beklaagde de
mogelijkheid in beroep te gaan. Hij of zij dient dit binnen 7 dagen schriftelijk te melden
aan te tekenen bij het bijkantoor van het Wachttoren Genootschap. Het Wachttoren
Genootschap reageert schriftelijk op het beroep.
|