Wetticisme
Het eerste bezwaar heeft betrekking op het zware beroep op de Mozaïsche Wet bij
bijvoorbeeld de meldplicht (als een Jehovahs Getuige een andere Getuige
iets ziet doen waarop uitsluiting staat, is hij op straffe zelf uitgesloten te worden
verplicht dit aan de ouderlingen te melden) en andere wettische elementen.
Zoals bij veel andere leerstellingen van het Wachttoren Genootschap ontbreekt ook hierbij
inzicht in de dynamiek van de bijbel: daar waar de nieuwtestamentische bijbelschrijvers
zelf nadruk leggen op de overgang van de Wet naar het hart, van de letter naar de geest
(zoals bijvoorbeeld in 2 Korinthiërs 3:6), publiceert het Wachttoren Genootschap
hoofdstukken vol instructies aan ouderlingen hoe zij bij welk soort overtreding dienen te
handelen, waarbij de aard van de bewoordingen van de instructies sterk doen denken aan
juridische handboeken (beklaagde, getuigen, beroep, bekentenis, bewijsmateriaal, enz.).
Matthéüs 18:15-17
In dit schriftgedeelte gaf Jezus instructies hoe problemen tussen personen opgelost konden
worden. Het Wachttoren Genootschap legt veel nadruk op de laatste zinsnede: "dan zij
hij u net als een mens uit de natiën en als een belastinginner". Maar bekijkt u
alstublieft eens de volgende illustratie uit De Wachttoren en stel uzelf de vraag
wie op het plaatje Jezus zou zijn en wie een Farizeeër:
 |
|
De Wachttoren, 1 december 1981,
blz 11.
|
|
Het waren vooral de Farizeeën die minachtend met personen van een
andere nationaliteit of belastinginners omgingen! Het was juist een verwijt van hun kant
aan Jezus adres dat hij hun gebruik daarin niet volgde, blijkens bijvoorbeeld Markus
2:15-16:
"Later gebeurde het dat hij in zijn huis aan tafel
aanlag, en vele belastinginners en zondaars lagen met Jezus en zijn discipelen aan, want
zij waren met velen en zij gingen hem volgen. Toen de schriftgeleerden der Farizeeën
echter zagen dat hij met de zondaars en belastinginners at, zeiden zij voorts tot zijn
discipelen: Eet hij met de belastinginners en zondaars?"
Het is ondenkbaar dat Jezus een houding die hij veroordeelde,
tegelijkertijd zou gebruiken als model voor zijn volgelingen.
Daarnaast was dit geen instructie van formalistische aard, want Jezus gebruikt in zijn zin
de tweede persoon enkelvoud: "dan zij hij u {enkelvoud, dwz voor degene die
het persoonlijke geschil heeft met de beklaagde, niet voor de hele gemeente} net
als
". Ook uit de context blijkt dat de instructie persoonlijke geschillen
betrof. De kern van het betoog behelst overigens vergeving, geen procedurele
instructies (zie vanaf vers 10-14 en 18-35).
2 Johannes 9-11
Deze schriftplaatsen worden als basis gebruikt voor de regel dat zelfs "een eenvoudig
Hallo" tegen een uitgeslotene verboden is (zie De Wachttoren 1
december 1981, p. 19 en 15 juli 1985, p. 31). De onderbouwing gaat voorbij aan de
werkelijke betekenis van zowel de groet als de strekking van het schriftgedeelte.
In t kort gezegd, betekent de groet zoals die door Johannes wordt vermeld meer dan
"een eenvoudig Hallo"; het duidt op instemming met de gekozen
levenswandel en zelfs een wens van succes daarin. Vanzelfsprekend kan een Christen een
dergelijke instemming niet uiten tegenover iemand die een antichrist wordt
genoemd (iemand die de komst van Jezus Christus in het vlees niet [meer]
belijdt).
De zinsnede "een ieder die vooruitdringt en niet blijft in de leer van de
Christus" wordt door het Wachttoren Genootschap vaak aangehaald als precedent voor
het uitsluiten van afvalligen, dwz degenen die de leer van het Genootschap
niet volledig accepteren als volledige waarheid. Wanneer dit echter in de context wordt
geplaatst, zien we dat dit niet deugdelijk is. Allereerst gaat het om de leer van de
Christus, niet de leer van een of andere religieuze organisatie.
Daarnaast gaat de passage over het mijden van de antichrist: degene die de komst van
Jezus Christus in het vlees niet belijdt. Wanneer het gaat om andere, zelfs
fundamentele leringen, van de vroege gemeente, zien we dat er veel ruimte voor
persoonlijke interpretatie was en geen gecentraliseerde toetssteen van
waarheid (zie bijvoorbeeld Romeinen 14).
1 Korinthiërs 5:9-11
Hoewel hier een duidelijke aanwijzing voor mijden wordt gegeven, leidt de
toepassing van het Wachttoren Genootschap tot een gecompliceerde, formalistische
uitoefening van wettelijke autoriteit. Paulus duidt op een overheersende eigenschap van
"iemand, een broeder genoemd", die een hoereerder is, een dronkaard is,
een afperser is, enzovoort. Iemand die een keer dronken is, is nog geen
dronkaard. De woorden van Paulus leggen een verband met een levenswijze, geen eenmalige
daad. Wanneer deze eigenschappen kenmerkend zijn voor "iemand, een broeder
genoemd", zou het zelfs vanzelfsprekend zijn dat we geen intieme omgang zouden willen
hebben met een dergelijk persoon. Er worden echter geen instructies verschaft voor
verhoren, restricties, comités, enz.
|