"Uitsluiting teneinde de organisatie rein te houden" |
|
|
5. Invloed op de getroffenen
|
| De macht van de uitsluitingregeling is groot, want het negeren van een bekendgemaakte uitsluiting door een Jehovahs Getuige, kan leiden tot zelf uitgesloten worden. Dit geldt sinds 1981 ook voor omgang met familieleden die uitstijgt boven familieverplichtingen. Neem het geval van Annette Stuart, een (in 1987) 77 jaar oude grootmoeder in West Brookfield, Massachusetts, die reeds vele jaren Getuige was. De kleindochter van deze vrouw was 14 toe zij zich, op aanmoediging van haar moeder, liet dopen. Drie jaar later liet het meisje weten dat de druk die op haar geplaatst werd als Getuige, haar teveel was geworden. De ouderlingen werden bijeengeroepen, maar ze bleef volhouden dat ze niet van plan was de vergaderingen nog verder te bezoeken. De ouderlingen beslisten dat aangezien zij zichzelf had uitgesloten, zij geen andere keuze hadden dan haar uit te sluiten. Deze gebeurtenissen vonden plaats vóór 1981, dus "de familie was tenminste intact". Maar in 1981 veranderde het beleid. Annette schreef: Mijn kleindochter was nu afgesneden van haar familie en verwanten.
Ik kon haar niet uit huis zetten. Ze had ons nu meer dan ooit nodig! Haar moeder
eerbiedigde de nieuwe regel. Ze had niets meer te maken met haar dochter of met mij. Dat
was uiteraard haar eigen keuze. Op 73-jarige leeftijd, na dertig jaar verbonden te zijn geweest, werd de grootmoeder van het meisje nu ook uitgesloten. Haar echtgenoot, die nooit Getuige was geweest, zag dat zijn familie plotseling van hem werd afgenomen. Hij schreef naar het hoofdbureau van het Wachttoren Genootschap voor hulp, maar de beslissing van de ouderlingen bleef gehandhaafd. Mevrouw Stuart schrijft: Mijn dochter, zoon, kleinkinderen, achterkleinkinderen ik heb deze geliefde personen al vier jaar niet gezien! Mijn zoon en dochter leven in dezelfde stad als wij Mijn zonde was dat ik mijn uitgesloten kleindochter in huis ontving. Hoe kan zon actie worden gerechtvaardigd op basis van de bewering dat het bijdraagt aan het rein houden van de organisatie? (In Search of Christian Freedom, 347, 348).
|
![]()